Laatste jaren van het Ancien Régime - Teralfene

Teralfene
Ga naar de inhoud

Hoofdmenu:

Laatste jaren van het Ancien Régime

Alfenman
Ten gevolge van de revoluties en de oorlogen in Europa verliepen de laatste
 
jaren van het ancien regime (<1795) heel onstabiel. Hier in de Zuidelijke
 
Nederlanden beleefden onze voorouders een tijd van zeer snelle wisselingen van
 
het politieke regime. Hetvolgende overzichtje voor de jaren 1789-1795, een
 
periode van amper 6 jaar dus, laat dit duidelijk zien:
 
 
* tot november 1789: Oostenrijkse Nederlanden onder keizer Jozef II
 
* van december 1789 tot december 1790: Brabantse Omwenteling & Verenigde
 
Nederlandse Staten ("États-Belgiques-Unis") onder leiding van Van der Noot
 
* van december 1790 tot november 1792: terug onder Oostenrijks gezag (eerste
 
Oostenrijkse restauratie)
 
* van november 1792 tot maart 1793: 1ste Franse bezetting van 5 maanden
 
* van maart 1793 tot juni 1794: terug onder Oostenrijks gezag (tweede
 
Oostenrijkse restauratie)
 
* vanaf juni 1794: Franse bezetting met annexatie van onze gewesten op 1 oktober
 
1795 (zal +/-20 jaar duren)
 
 
vele machtsoverdrachten op korte tijd hadden steeds opnieuw gevolgen voor het
 
lokale vlak. De laatste heer van Erembodegem en Teralfene veranderde
 
verschillende malen van kamp. En de schepenen van de lokale schepenbank dienden
 
telkens hun 'eed van trouw' te herzien of ze werden gewoon vervangen. Deze
 
gebeurtenissen waren natuurlijk evenmin neutraal voor het gewone volk want ...
 
nieuwe heersers, nieuwe wetten ! Genoeg stof dus om even van naderbij te
 
bekijken. Hier gaan we dan:
 
 
Omstreeks 1787 had men het hier een beetje gehad met de eigengereidheid van
 
Jozef II, de Oostenrijkse "keizer-koster" die vanuit het verre Wenen allerlei
 
kerkelijke, gerechtelijke en bestuurlijke vernieuwingen opdrong die de meesten
 
hier nog niet zagen zitten. Zowel de opkomende stedelijke burgerij, de lokale
 
machtshebbers als de kerkelijke hierarchie hadden elk hun eigen redenen om zich
 
te ontdoen van de Oostenrijkse Habsburgers. De revolte begon vooral in Brabant.
 
De Brabantse Omwenteling leidde tot een reeks veroveringen en machtsovernames
 
door het patriottenleger in november-december 1789 niet alleen in Brabant, maar
 
in het grootste gedeelte van de Zuidelijke Nederlanden. De Oostenrijkse
 
ambtenaren verlieten het land en de keizerlijke troepen van Jozef II trokken
 
zich terug in Luxemburg. Meteen daarna, tussen januari 1790 en december 1790
 
bestond er hier gedurende een klein jaar een onafhankelijk confederaal
 
republiekje, de 'Vereenigde Nederlandsche Staeten', onder leiding van minister
 
Hendrik Van der Noot. Het grondgebied van deze losse "Belgische" statenbond kwam
 
grotendeels overeen met dat van het huidige België, echter zonder de oostelijke
 
provincies Luxemburg, waar de Oostenrijkers bleven, en zonder Luik én Limburg,
 
die als prinsbisdom een eigen revolutie hadden.
 
 
drie belangrijkste quasi-onafhankelijke deelstaten van de 'Vereenigde
 
Nederlandsche Staeten' waren de oude gewesten Brabant (incl. Antwerpen),
 
Vlaanderen (Oost- & West-) én Henegouwen die eerst ieder afzonderlijk hun
 
onafhankelijkheid tegenover de Oostenrijkse keizer hadden uitgeroepen. Teralfene
 
behoorde in 1790 nog steeds tot het oude Vlaanderen en beschouwde dus in de
 
eerste plaats Gent als zijn hoofdstad, anders dan bijvoorbeeld Hekelgem en
 
Essene die als Brabantse dorpen gericht waren op Brussel. Op 7 juli 1790 liep er
 
bijvoorbeeld te Gent een delegatie Teralfenaren mee van de Vrijdagmarkt naar het
 
stadhuis in één van de typische patriottische stoeten die in die periode
 
geregeld plaatsvonden. In de 'Gazette van Gend' van donderdag 8 juli 1790 lezen
 
we daarover hetvolgende:
 
<< Gisteren hebben met de zelve plechtigheden, vermeldt in de Gazette van den 1.
 
dezer, den Eed van Trouwe aen de Hoogmogende Heeren Staeten van Vlaenderen komen
 
afleggen de vrywillige Genootschappen der volgende Parochiën, te weten:
 
S.Gillis, Overmeire... ... Erembodegem, ter Halfvene, .... , waer van den nomber
 
der gewapende beloopt tot 19684 mannen, onder welke ook menigvuldige te peird.
 
Naer het afleggen van den Eed zyn alle de gemelde Genootschappen , voorgegaen
 
door onze Vrywillige te voet en gevolgd door degene te peird, van de
 
Vrydag-Merkt met hun Krygs-Musicq, slaende Trommels en vliegende Vaendels
 
opgetrokken langs de voornaemste straeten tot voor-by het Stadhuys in de beste
 
order en op de zelve wyze, als de gene op den 28. der voorledene maend. >>
 
 
In deze Gentse krant van enkele dagen later (12 juli 1790) lezen we tussen een
 
opsomming van alle steden en gemeenten die een vrijwillige bijdrage hadden
 
gedaan ter spijzing van de armlastige schatkist van het nieuwe onafhankelijke
 
geworden vaderland: << De weldunkende Parochiaenen van Heerembodegem en Teral
 
283. guld 8. stuyvers. >> Over de preciese naam en schrijfwijze van ons dorp
 
bestond er duidelijk nog wat verwarring bij de 'Gazette van Gend'.
 
Reeds op 14 januari 1790, amper enkele dagen nadat de grondwet van het nieuwe
 
land officieel was afgekondigd, werd bij ons de eed van trouw door de schepenen
 
van de schepenbank van Erembodegem-Teralfene als volgt genoteerd:
 
<< ..... schepenen dezer prochien & heerlijkheden van Erembodegem & Teralphene
 
gedaen ende vernieuwt den eedt van trouw ende gehoorsaemheit aen de Hoogmogende
 
Staten van Vlaenderen, gelyck sy gedaen hebben aen hunnen voorigen sending en
 
ingevolge het beschryf van de heren van de Twee Steden en Lande van Aelst
 
gevolgt op ordonnantie der bovengemelde hoogmogende heeren Staeten van
 
Vlaenderen van date December 1789 >> Ondertekend door de 7 schepenen, waaronder
 
Joannes Van Nieuwenhove en Josephus Van Nyghem voor Teralfene.
 
 
De toenmalige (én laatste) heer van Erembodegem en Teralfene was
 
François-Constantin de Vicq, veelal 'Baron de Cumptich' genoemd. Hij stamde
 
langs vaderszijde uit een dynastie van militaire edellieden, de heren van
 
Cumptich (Kumtich, dorp bij Tienen). Zijn vader was destijds in het bezit
 
gekomen van de heerlijkheden Erembodegem & Teralfene én het kasteel van
 
Overhamme bij Aalst door te huwen met de 'Vrouwe van Erembodegem en Teralfene',
 
Maria-Josephine Blondel. François-Constantin de Vicq was aanvankelijk kapitein
 
van een regiment in het Oostenrijkse leger. Door zijn steun aan Van der Noot en
 
diens opstand tegen de keizer werd hij echter op 24 januari 1790 aangesteld als
 
een belangrijk kolonel voor het nieuwe regime en vocht hij dat jaar dus tegen de
 
Oostenrijkers. Door zijn militaire bezigheden en het feit dat hij ook nog elders
 
eigendommen had (oa. te Mechelen) was hijzelf vermoedelijk zelden hier op zijn
 
kasteel van Overhamme te vinden.
 
Nadat het gezag van de gemeenschappelijke vijand (Jozef II) was uitgeschakeld
 
ontstond er al vlug grote onenigheid in deze nieuwe onsamenhangende republiek
 
van de zuidelijke Nederlanden. Eén van de belangrijkste leiders van de
 
omwenteling was Jan Frans Vonck, advokaat te Brussel, die geboren was in
 
Baardegem en zijn vormsel nog had ontvangen in de abdij van Affligem. Het dorpje
 
Baardegem lag in 1790 nog in Brabant en zal pas vijf jaar later door de Fransen
 
overgeheveld worden naar het Schelde-departement, het latere Oost-Vlaanderen.
 
Precies de omgekeerde beweging dus die Teralfene dan zal maken. Vonck was
 
'verlicht' op een gematigde manier, ijverde voor minder privileges, meer
 
democratie en scheiding van de verschillende machten. Maar dat vloekte met de
 
erg behoudsgezinde Van der Noot die de macht snel naar zich toe had getrokken te
 
Brussel en die de steun had van de bestaande machtsstructuren en van de
 
kerkleiders. De tweespalt leidde tot zware rellen in maart 1790 te Brussel en
 
tot een campagne tegen de Vonckisten. Voncks ideeën kregen wel wat meer aanhang
 
in delen van Vlaanderen, vooral in Gent, dan dat in het behoudende Brabant het
 
geval was. Maar dit kon niet beletten dat Jan-Frans Vonck reeds in april 1790
 
met enkele van zijn medestanders naar het revolutionaire Frankrijk (Rijsel)
 
moest vluchten.
 
 
angst voor grote veranderingen leefde ook sterk hier op het platteland in
 
Erembodegem-Teralfene zoals blijkt uit een buitengewone vergadering van 11 mei
 
1790 in het vierschaarhuis bij de kerk van Erembodegem. Er moest beslist worden
 
over een gematigde Vonck-gezinde bestuurlijke vernieuwing (Project Provisionele
 
Organisatie) die men vanuit het relatief vrijgevochten Gent nog probeerde door
 
te voeren overal in Vlaanderen. Op de vergadering te Erembodegem waren aanwezig
 
de 'borgemeester' en de pastoor van Erembodegem, enkele grootgrondbezitters én
 
de schepenen van onze schepenbank, waaronder bovengenoemde twee schepenen van
 
Teralfene. De voorgestelde hervorming werd er streng afgewezen met een
 
motivering van liefst vier bladzijden. De behoudsgezinde teneur ervan was dat
 
men niet bereid was dit soort 'gevaarlijke' nieuwigheden te aanvaarden precies
 
omdat men gevochten had tegen gelijksoortige hervormingen van de despotische
 
keizer Joseph II. Integendeel, men wenste te ijveren vóór het bewaren en
 
herstellen van de oude structuren in het vaderland met oa. het behoud van een
 
centrale rol voor de katholieke kerk in het bestuur. Hierna volgen slechts
 
enkele passages uit het lange verslag van deze vergadering van 11 mei 1790 te
 
Erembodegem:
 
<<Ten voornoemden dage relateerden Bruno Jacobs, officier der prochie van
 
Erembodeghem ende Geeraert Arys, officier der prochie van Ter Halphene
 
gedagvaert te hebben alle de insetenen der gemelde parochien mitsgaders alle de
 
gene die het behoort ten gelieve van te compareren den elfsten deze voorschreven
 
lopende maand mey ten twee uren naen noene ten huyse ende gemeene vierschaere
 
der gemelde parochien, ommers te resolveren op de Provisionele Organisatie
 
vanwegens de hoogmogende Staetsche uytgesonde ......>> << ...... welcke
 
compareerden naer reypelycke overweginge ende examinatie van het Project
 
Provisionele Interne Organisatie hebben daarop met eenparigen stemmen
 
geresolveert , dat voor soo veele recht ende aengaet der prochien van
 
Erembodegem ende Ter Halphene , het project Provisionele Interne Organisatie
 
voorschreven niet een kan aengenomen worden. Boven dat hier den tijd nog niet
 
een was om deergelyecke nieuwigheden als bij het gemelde project vervat, voor te
 
geven als onse vyanden nog niet teenemael als deur den selbende, ende dat het
 
land sig nog niet connen loven op eene vaste & nieuwe vryheyd ende
 
onafhangelykheyd; een heeft men nergens gehoort dat de pluraliteyd in de steden,
 
ende veel aen ten platten lande menig der vermelde nieuwigheden & meerstandige
 
representatie van het volck beriep. Ter contrarie een heeft men van 't sedert
 
dat Josephus Den Tweeden eenen totalen ondergang van onse H. Roomsche religie,
 
voorregt, vryheden, privilegiën, costuijmen, octrooijen ende gebruycken wilde
 
toe brengen, niet gehoort de selve eenpaarlyck te hanthaven, de hindernisse daer
 
aen reeds toegebragt te erstellen, waer vooren men de wapens in de handgenomen
 
heeft, ende reeds soo veel bloedt heeft sien vergieten. Onse tegenwoordige
 
revolutie dan een heeft niet anders gegrond geweest als op de behoudenisse van
 
onse H. religie ende wetten voorschreven. Den kereck selfs heeft op
 
d'alderscromelykste wyse onse wapens gezegent, onse (h)eysschen ende revolutie
 
geregtveerdigt. Waerom wy onse H. religie & schoone wetten sullen tragten te
 
behouden......>>
 
 
Ondanks de vele patriottische steunbetuigingen tot na de zomer van 1790, zag de
 
toekomst er niet al te best uit voor het verscheurde landje van Van der Noot.
 
Het kreeg immers niet de verhoopte internationale erkenning en er waren
 
financiële problemen terwijl de Oostenrijkers opnieuw op de loer lagen. Onze
 
heer van Teralfene, Baron de Cumptich, was die dagen een belangrijk man. Als
 
kolonel leidde hij immers een 1800 man sterk patriottenleger dat het eind
 
september 1790 aan de Maas nabij Dinant moest opnemen tegen de oprukkende
 
Oostenrijkers. Klink heroïsch, maar het was in feite een bloederige bedoening.
 
In de Gazette van Gend van 27 september 1790 lezen we daarover hetvolgende in
 
een officiëel bericht van het leger: <<...De Oostenrykers hebben ten minsten zoo
 
veel volk verlooren als wy, want den Kolonel de Cumptich heeft in eene
 
schutterye 160 voetgangers nedergesabelt en twee zes-ponders genomen. Onze
 
troupen hebben geenzins den moed verloren,...>>
 
 
mocht echter niet baten. In november en december 1790 herroverden de keizerlijke
 
troepen terug het land zonder al te veel weerstand. De eigengereide Jozef II was
 
er niet meer, die was reeds begin 1790 overleden. Zijn gematigdere broer Leopold
 
II was nu keizer, wat de terugkeer van de Oostenrijkers voor de bevolking hier
 
wat acceptabeler maakte. Onze Baron de Cumptich had zich als hoge militair sterk
 
geëngageerd voor het regime van Van der Noot én moest zich nu zo gedeisd
 
mogelijk houden. Deze 'eerste Oostenrijkse restauratie' zal bijna 2 jaar duren.
 
 
De Oostenrijkers waren hier dus begin 1791 terug de baas en toen op 6 februari
 
1791 de schepenen van Erembodegem-Teralfene moesten vernieuwd worden blijken
 
niet minder dan vier van de vijf schepenen van Erembodegem, waaronder de
 
"borgemeester", vervangen te zijn. Voor Teralfene bleven voorlopig dezelfde twee
 
schepenen op post, nl. Josephus Van Nyghem en Joannes Van Nieuwenhove, al zal
 
deze laatste korte tijd later vervangen worden door Adriaen Van den Abbeele. Op
 
8 juni 1791 leverde Teralfene twee paarden aan een regiment van de keizerlijke
 
troepen dat hier in het dorp gelogeerd had en daarmee doorreed naar Brussel.
 
Op 31 oktober 1791 werden in het vierschaarhuis van Erembodegem per dorp nog een
 
aantal zogenaamde "notabelen" aangeduid ter versterking van de schepenen. Voor
 
Teralfene waren dat vijf notabelen bovenop de twee bestaande schepenen.
 
Vervolgens gingen er meer en meer bestuurlijke vergaderingen afzonderlijk per
 
dorp door, d.w.z. apart voor Erembodegem en apart voor Teralfene. Hierna volgt
 
de samenvatting van twee opmerkelijke politieke vergaderingen van Teralfene
 
tijdens deze periode van hernieuwd keizerlijk gezag:
 
* Op 5 december 1791 ging zo'n Teralfense vergadering door in het vierschaarhuis
 
te Erembodegem. Uitsluitend Teralfense schepenen en notabelen waren er aanwezig.
 
Er moest beslist worden over het betalen van het achterstallig tolgeld van
 
Teralfene aan het tolkantoor op de Boekhoutberg in Brabant. Het ging om een vast
 
bedrag van 50 Gulden die het dorp Teralfene jaarlijks moest ophoesten. Op zich
 
niet zo'n groot bedrag allicht, echter dit was al sinds begin 1787 niet meer
 
betaald. Het was gezien de omstandigheden ook begrijpelijk dat men gestopt was
 
om dit te betalen. Tolrechten voor het gebruik van wegen en de passage van
 
bepaalde gebieden waren eigenlijk nog typisch middeleeuwse (al dan niet
 
verpachte) rechten ten voordele van de vorst, in dit geval Joseph II, die hier
 
zijn gezag vanaf 1787 totaal begon te verliezen. Los daarvan lijkt het heel
 
onrechtvaardig dat Teralfene, dat door de specifieke ligging in deze uithoek in
 
Vlaanderen bijna niet anders kon dan Brabantse wegen te gebruiken, nog steeds
 
extra moest betalen, gewoon om bijvoorbeeld zijn producten (hop) in Aalst te
 
gaan verhandelen en/of omdat er nu eenmaal een stukje Brabants grondgebied lag
 
tussen Teralfene en moedergemeente Erembodegem. Tol waarvan de Brabanders in de
 
buurdorpen vrijgesteld waren, althans voor diezelfde wegen. Maar dit soort van
 
oude voorrechten en ongelijkheden waren nu eenmaal schering en inslag in het
 
ancien regime. Nu de Oostenrijkers terug waren moest dit achterstallige tolgeld
 
van verschillende jaren betaald worden, maar de Teralfenaren vroegen tegelijk om
 
een nieuwe afspraak te maken voor een halvering van het tolrecht van "zijne
 
majesteit", gezien de "kleynte" van Teralfene:
 
<< .... Ingevolge de resolutie van d'heeren officieren, loco balliu, borgem. &
 
schepenen der voorschreven prochie gehouden in ordinaire vierschaere van den 17
 
november 1791 ten functie van te convoceren de twee gedeputeerde ende de vijf
 
notabile der gestelde prochie tot het treffen van een resolutie tot betaelinge
 
van het tolrecht aen het comptoire van Bouchaute in Brabant naer het expireren
 
van den termyn der conventie geexpireert met den 7 jan 1787 ............. welcke
 
eenpaeriglyck hebben besloeten & geresolveert van tot laste der voorschreven
 
prochie te betaelen & te vereffenen over het tolrecht aen het comptoir van
 
Bouchaute de jaeren de geene verschene syn naer het expireeren van den termeyn
 
der conventie & accord het gene de voorschreven prochie met synen Majestyt was
 
hebbende verschuldigd als hier boven dit ingevolge ook de sommen als by de
 
geseyde conventie was geaccordeert: resolveerende voor het tol-( ? xxx) ende
 
committerende den heere griffier deser prochie omme te laeten opstellen eene
 
requeste aen het hoofcollegie van de Lande van Aelst het maeken van eene nieuwe
 
conventie over het voorschreven tolrecht met syne majestyt, mits ende omme de
 
somme van vijfentwintig guldens s'jaars in aandagt nemende dat de somme van
 
vyftig guldens s'jaars by voorschreven conventie geaccordeert te excessive is
 
ten opsigte van de kleynte deses prochie. Actum ter manifze van Geeraerd Arys
 
loco Bailliue mits syne absentie kenisse & overstaen van sieurs Josephus Van
 
Nyghen & Adriaen Van den Abbeele, de geene deese benevens de voorschreven vyf
 
notabile hebben onderteekent....>>
 
* Ook op 17 augustus 1792 vergaderden de Teralfense schepenen en notabelen
 
afzonderlijk, ditmaal in Teralfene zelf op den Dries in de herberg "In de
 
Brouwereye" van Adriaen Van Nyghen, zelf één van de Teralfense notabelen.
 
Opnieuw moest er iets afgehandeld worden uit het verleden. Een Teralfense
 
trommel die was aangeschaft in 1790 en die wellicht van nut was geweest tijdens
 
de patriottische opstoot en onafhankelijkheid van dat jaar, moest blijkbaar nog
 
steeds betaald worden in 1792:
 
<<Ten voornoemden daege & ingevolge de resolutie van Borgemeester & schepenen
 
deser prochie van Teralphene van date 12 augustus 1792 waer by was geresolveerd
 
te convoceeren op den 17 augustus 1792 ten twee hueren naer middag ten huyse &
 
herberg van Adrianus Van Nyghen binnen de voorgeschreven prochie de twee
 
gecommiteerde der grootste gelande mitsgaders de notabile deser prochie tot het
 
treffen van eene resolutie nopens de becostinge van eene trommel die gemaekt is
 
geweest ten dienste der selve prochie ten jaer 1790 door Thomas Van Cutsem,
 
meester coperslaeger tot Aelst ,............ , ingevolge van welcke syn alhier
 
ten voorschreven dage gecompareert sieurs Peeter De Bisschop, Judocus Van
 
Nieuwenhove, Adriaenus Van Nyghen, J.B. Christiaens ende J.B Vaerman welke
 
comparanten naer rype deliberatie hebben geresolveert dat de voorschreven
 
trommel sal worden becostight door de voorschreven prochie van Teralphene als
 
gedient hebbende voor de gemeente der selve prochie. Actum ter manifze van
 
Geeraerd Arys loco Bailliue mits syne absentie kenisse & overstaen van sieurs
 
Josephus Van Nyghen & Adriaen Van den Abbeele, de geene deese benevens de
 
voorschreven vyf notabile hebben onderteekent. >>
 
 
Bovenvermelde herberg annex brouwerij van Adriaen Van Nyghen op den Dries zal
 
nadien verdergezet worden door diens zoon Petrus Van Nyghen. Het gaat om
 
dezelfde brouwerij die tientallen jaren later in handen zal komen van Ferdinand
 
Van de Plas, de latere burgemeester (1836-1860: Dries-partij), nadat hij in
 
Teralfene was komen huwen met de Maria Anna Francisca Temmerman, die de weduwe
 
was van voornoemde brouwer Petrus Van Nyghen.
 
In Frankrijk had de revolutie inmiddels een grimmige wending gekregen. Op 10
 
augustus 1792 vond in Parijs de bestorming van het Tuilerieënpaleis plaats, de
 
bloedigste dag van de Franse revolutie. De Fransen zetten hun eigen Koning XVI
 
gevangen en extremistische republikeinen grepen de macht. De Franse generaal
 
Dumouriez kreeg eind oktober 1792 de opdracht om de Zuidelijke Nederlanden
 
binnen te vallen. Na zijn overwinning op de Oostenrijkers in de slag bij Jemappe
 
van 6 november 1792 werd ons land een eerste keer voor een periode van amper
 
vijf maanden bezet door de Fransen.
 
Vrijwel meteen na de komst van de Fransen zien we de vervanging van enkele
 
schepenen in de schepenbank van Erembodegem-Teralfene op 8 november 1792 op last
 
van de "den heere baron de Cumptich, heere van Erembodegem ende Ter Alphenen",
 
die vermoedelijk de bui al zag hangen. Voor wat Teralfene betreft werd schepen
 
Josephus Van Nyghem vervangen door Ludovicus Van Nieuwenhove. Maar deze ingreep
 
bleek lang niet voldoende voor de radicale Franse hervormingsdrang. Er werd een
 
eerste poging ondernomen om het ancien regime in de veroverde gebieden af te
 
schaffen. De nieuwe heerser eiste dat er hier snel overal lokale verkiezingen
 
werden georganiseerd, in bombastisch taalgebruik voorgesteld als de eerste
 
verkiezingen van het "vreye volck". Op 28 december 1792 vonden te Teralfene, na
 
het luiden van de klokken, deze verkiezingen plaats voor de benoeming van 7
 
"provisionele representanten" ter vervanging van de oude schepenbanken. In
 
Erembodegem gebeurde dit reeds de dag voordien voor de keuze van 9
 
representanten aldaar. Het verslag voor Teralfene gaat als volgt:
 
<< Actum binnen de prochie van Teralphene ter byeenroepinge van de inwoonders
 
deser prochie (met het luiden der clokke) beryckende den ouderdom van 25 jaeren,
 
desen 28 December 1792>>
 
en ook:
 
<<Keus en opneem der stemmen van het vrey volck der prochie van Teralphene,
 
lande van Aelst tot benoeminge van 7 persoonen voor provisionele representanten
 
der voorschreven prochie dit ingevolge het manifest van den lieutenant general
 
commandant van het Belgische leger Du Mouriez de date 8 november 1792 alhier
 
gepubliceert den 2 December 1792 daer naer en van de beschryfbrieven van het
 
hoofdcollegie van deesen landen in conformiteyt dier gedaen>>
 
Tijdens deze revolutionaire verkiezingen in Teralfene hadden er zich 12 personen
 
kandidaat gesteld. Er daagden 29 mannelijke kiezers op en iedere kiezer kon 7
 
personen van zijn voorkeur uitkiezen uit de 12 kandidaten. Nadien was het
 
streepjes tellen. De stemming was echter niet geheim, alles werd openlijk
 
genotuleerd en men kan in het verslag dus tot vandaag nog lezen wie er op wie
 
gestemd had. Gedurende deze eerste Franse bezetting (van 5 maanden) viseerde de
 
bezetter nog niet de kerk, dus ook de pastoor (Demol) stelde zich hier kandidaat
 
en hij haalde zelfs het meeste stemmen samen met J.B. Christiaens, nl. beiden 29
 
stemmen, een stem dus van iedere kiezer. De andere verkozenen waren
 
J.B.Temmerman, Joannes Van Nieuwenhove, J.B. Vaerman, J.B. Verelst en Adrien De
 
Bolle, meestal namen die we later na 1794 (tweede Franse bezetting) opnieuw in
 
het bestuur van Teralfene zullen terugvinden.
 
Op vraag van het hoofcollege van het Land van Aalst leverde Teralfene in die
 
periode diverse wagens en paarden aan het Franse leger. In Frankrijk zelf ging
 
de toestand inmiddels van kwaad naar erger. Op 21 januari 1793 werd de gevangen
 
genomen koning Lodewijk XVI onthoofd door de guillotine op de Place de la
 
Révolution te Parijs. Het hele proces van zijn terdoodveroordeling en de
 
executie stond ook hier wekenlang beschreven in de Gazette van Gend. Het nieuws
 
van de onthoofding van de koning zal zich als een lopend vuurtje verspreid
 
hebben en ook hier op het platteland danig indruk gemaakt hebben. Reeds begin
 
1793 hadden de Fransen concrete plannen om onze gebieden officiëel te annexeren.
 
Maar dat feestje ging voorlopig niet door, want in maart 1793 slaagden de
 
Oostenrijkse Habsburgers er opnieuw in om hun gezag over onze gewesten te
 
herstellen.
 
Deze "tweede Oostenrijkse restauratie" (15 maanden) was het gevolg van de
 
overwinning van de Oostenrijkers op de Fransen in de Tweede slag bij Neerwinden
 
(18 maart 1793). Na het revolutionaire voorsmaakje van vijf maanden Franse
 
bezetting moest nu iedereen bij ons alweer trouw zweren aan "syne Majestyt" de
 
keizer. Interessant in deze periode zijn enkele vergaderingen die in de maand
 
juli 1793 plaatsvonden te Teralfene oa. in herberg ("De Croone") van Adrien De
 
Bolle aan de kerk. In navolging van Frankrijk probeerde het hernieuwde
 
Oostenrijkse bewind hier een lotingsysteem in te voeren, een soort afkoopbare
 
dienstplicht, om voldoende strijdbare mannen te kunnen recruteren als
 
hulpkrachten ("pioniers") voor hun leger. Begrijpelijkerwijze stonden weinigen
 
te trappelen om ten dienste van de Oostenrijkers te gaan werken, met het risico
 
dat het sterke Franse leger hier snel opnieuw kon binnenvallen. Er werd al in de
 
maand mei 1793 vastgesteld dat te Teralfene alle mannen die in aanmerking kwamen
 
ervoor gekozen hadden om zich te ontrekken aan de lotingen voor de te leveren
 
pioniers. De Teralfense borgemeester en schepenen Ludovicus Van Nieuwenhove en
 
JB Christiaens zagen zich bijgevolg verplicht een regeling uit te werken voor
 
extra vergoedingen (ten laste van het dorp) aan alle Teralfenaren die in het
 
verleden reeds ten dienste van de keizer hadden gewerkt, alsook aan alle
 
pioniers die de parochie nog zou leveren in de toekomst. Bedoeld als stimulans
 
dus om als dorp toch aan het minimum aantal pioniers ten dienste van de keizer
 
te geraken.
 
.
 
* Vergadering (borgemeester en schepenen) van 16 juli 1793:
 
<<De voorschreven borgemeester en schepenen sig belast vindende tot het doen van
 
den opleg aan de pioniers door de selve prochie gelevert ende nog te leveren ten
 
dienste van Syne Majestyt ende vermits al de vergaederde prochiaenen sig hebben
 
willen redimeeren van de daer toe te doene lotingen ingevolge de acte daer van
 
synde van datum 20 Mey 1793, soo resolveeren de voorschreven borgemeester ende
 
schepenen .... tot het treffen van eene resolutie betrekkelyck tot het doen van
 
den voorschreven opleg aen de geseyde geleverde ende nog te leveren pioniers
 
waertoe sy dag ende huere bestemmen op den 23ste deeses loopende maend July ten
 
negen hueren voor noen ten huyse ende herberghe van Adrianus De Bolle binnen
 
dese prochie van Teralphene....>>
 
* Vergadering (notabelen) van 23 juli 1793 in herberg 'De Croone' aan de kerk:
 
<<Ten voornoemden daege relateerde Joannes Baptista Van Nieuwenhove, prater loco
 
meyer, behoorelyck gedagvaert te hebben de notabile der voorschreven prochie ,
 
verclaerende den heere griffier eensgelycks beshreven te hebben de heeren der
 
abdye van Afflighem ende de heere Van Kerckhoven tot Gend mitsgaeders dat de
 
presente sullen vervangen d'absente, tot het treffen van de resolutie nopens den
 
opleg , die sy sullen goedvinde te doen aen de pioniers de geene van wegens Syne
 
Majestyt ten laste van deese prochie gevraegt worden, hier toe behoorig
 
geconvoceert synde als vooren .. volgens de resolutie van borgemeester ende
 
schepenen der voorschreven prochie van datum 16 deeses maend july 1793 synde
 
alhier diesvolgens gecompareert ende present beseyd sieurs JB Vaereman ende P.
 
De Bisschop beyde notabile deeser prochie, welcke compareeren vermits de
 
prochiaenen sig hebben willen redimeeren van de lotingen tot het leveren der
 
voorschreven pioniers , hebben geresolveert van eenen opleg toe te staen tot
 
laste der voorschreven prochie aen de pioniers die alreede ten dienste van de
 
Majestyt hebben gewerckt , boven het geene hun volgens de placaerten is
 
toegestaen , de somme van vijf en twintig stuyvers daegs ende voor de geene naer
 
het treffen deser resolutie sullen tot laste van deese prochie gevraegt worden,
 
consenteeren de voorschreven gecompareerde, dat borgemeester ende schepenen aen
 
de selve tot laste der voorchreven prochie sullen toestaen en betaelen aen de
 
nog te leveren pioniers tot vyftien stuyvers daegs, boven de vyftien stuyvers
 
die hun volgens Syne Majestyts placaerten syn toegestaen. In teecken der
 
waerheyd hebben sy deese onderteeckent, datum als vooren.>>
 
Uit het archief blijkt dat bovenvermelde herberg van Adrien De Bolle aan de kerk
 
van Teralfene minstens reeds in het jaar 1779 de naam 'De Croone' had. Meer dan
 
twee eeuwen later heette dit café nog steeds "De Kroon", namelijk tot in de
 
jaren 1990. Herbergen met namen als Keizershof of De Kroon stammen wel vaker uit
 
de Oostenrijkse tijd.
 
Rest er nog enkel te vermelden dat tijdens deze laatste periode onder
 
Oostenrijks gezag de Baron de Cumptich Frans Constantin de Vicq, laatste heer
 
van Teralfene (en Erembodegem) is overleden in augustus 1793. Als hoge militair
 
had hij de laatste jaren van zijn leven een erg woelig parcours moeten doorlopen
 
ten gevolge van de vele regimewissels. Toch bleef hem nog een en ander bespaard:
 
nl. de tweede, veel langere Franse bezetting vanaf juni 1794 met oa. de
 
afschaffing van de adel.
 
Het kasteel van Overhamme ging over op zijn oudste dochter
 
Hypolite-Josèphe-Ghislaine-Cécile de Vicq. Strict genomen was het ancien regime
 
nog niet helemaal voorbij
 
bij het overlijden van haar vader. Her en der werd zij dus nog even genoemd als
 
Vrouwe van Erembodegem en dus ook van Teralfene, maar het was duidelijk dat de
 
oude structuren hun beste tijd gehad hadden. Toen de Fransen eind juni 1794
 
(Slag bij Fleurus) hier de Oostenrijkse Habsburgers definitief verjoegen waren
 
ze vast van plan om wat langer te blijven en het ancien regime hier definitief
 
af te schaffen. Dit gebeurde ook officiëel met de annexatie van onze gewesten
 
bij de Franse republiek op 1 oktober 1795. Meteen werd de band tussen Teralfene
 
en Erembodegem definitief doorgeknipt want de twee dorpen kwamen in
 
verschillende departementen terecht. Teralfene was klaar voor een geheel nieuwe
 
episode in zijn geschiedenis...
 
 
bronnen:
 
* diverse stukken uit het archief van de schepenbank van Erembodegem-Teralfene,
 
ingekeken in het Stadsarchief van Aalst.
 
* Gazette Van Gend, online beschikbaar
 
* diverse websites over geschiedenis.
 
Copyright 2016. All rights reserved.
Terug naar de inhoud | Terug naar het hoofdmenu